VERSLAG LEDENVERGADERING

Verslag ledenbijeenkomst van dinsdag 8 oktober 2019.

“Van lijfstraf tot enkelband”

 Door: Dhr. Luc Stas

Luc Stas, master in de criminologische wetenschappen, werkte meer dan 40 jaar in de penitentiaire sector en is derhalve de geknipte man om ons een blik te geven op zowel de geschiedenis van het straffen als de huidige werking van de gevangenissen.
Hij startte met een getuigenis van een ex-gedetineerde. En zoals zo vaak komen er mensen in de gevangenis terecht naar aanleiding van heel verschillende voorvallen, gebeurtenissen of omstandigheden. Velen hebben nooit gedacht ooit in de gevangenis terecht te komen. Drank en drugs zijn in veel gevallen een aanleiding.
Je wordt de gevangenis binnen geleid, je moet alles afgeven, je wordt gefouilleerd, je krijgt een gevangenisplunje. Je krijgt 3 minuten om naar het thuisfront te bellen en dan word je naar je cel geleid. Dit is een ruimte van 8 à 9 m² voorzien van bed, kast, tafel, stoel, toilet. Vaak verblijft men met 2 personen in zo’n cel (dan met een stapelbed) en in ’t slechtste geval met 3 personen (een iemand heeft dan een matras op de vloer). Je wereld schrompelt ineen en wordt heel klein en alle dagen zijn dezelfde…
Misdaad en die bestraffen is zo oud als de mensheid, alleen is er wel een hele evolutie in de manier waarop wordt bestraft.
Van in de oudheid tot iets voorbij de middeleeuwen werden er “lijfstraffen” uitgevoerd. Het moest letterlijk “pijn” doen, als afschrikking. Zo had je schandestraffen (schandpaal), vierendelen, radbraken, tot… de brandstapel. Deze werden steeds uitgevoerd op openbare plaatsen zodat het volk er getuige van was en opdat het afschrikkingseffect haar doel zou bereiken.
Op het einde van de middeleeuwen en tot eind 16de eeuw, en dit vooral in kerkelijke rechtspraak, werden de straffen meer gezien als middel om de mens terug te verbeteren. Zo was er opdracht tot boetedoening of verbanning, waaronder galeistraffen, en dat soms levenslang. Mensen werden dan ook al in gevangenissen opgesloten maar dan meestal enkel tijdens het voorarrest. In die tijd duurde het ook niet lang alvorens een oordeel werd geveld.
Gentse gevangenissen in die tijd: het Gravensteen had een gevangenisgedeelte van 1407 tot eind 18de eeuw, het Chastelet op de Korenmarkt (waar het voormalig postkantoor staat) van 1294 tot 1716, de Sint-Jorisgilde, evenals de Mammelokker aan het Belfort tot 1902. In de 17de en 18de eeuw werden er “tuchthuizen” opgericht voor landlopers en bedelaars, maar er werden ook delinquenten in ondergebracht.
Zo is het Geraard de Duivelsteen een tuchthuis geweest, maar in 1775 verhuisde dit naar het Rasphuis op de Coupure. Er was plaats voor 1000 mannen en 500 vrouwen! De naam komt van de arbeid die de “gevangenen” moesten uitvoeren: Braziliaans en Indisch hout “raspen” om het pigment eruit te halen dat werd gebruikt voor textielverf. Het Rasphuis werd gebouwd in een taartvorm met een centraal middenpunt. Dit gebouw heeft model gestaan voor vele gevangenissen over de gehele wereld. De gedetineerden dienden een beroep te leren en uit te oefenen en werden alleen ’s nachts in hun cel opgesloten. De fabrikanten vonden dit maar concurrentievervalsing waardoor Jozef II dit terug afschafte en oordeelde dat de delinquenten maar moesten “afzien”.
In de 19de en 20ste eeuw werd het Philadelphiastelsel ingevoerd = individuele opsluiting! Men was van oordeel dat de morele verbetering er maar kon komen door afzondering. Zeer kleine cellen met een tafelbed (overdag tafel, ’s nachts werd dit opengeklapt tot bed), een bijbel… Het wandelen gebeurde in kooien, met een cagoule (bivakmuts) over het hoofd. Eduard Ducpétiaux was hiervan de grote promotor (1804-1868). Er werden 31 dergelijke gevangenissen gebouwd in België. Het leken wel kastelen, zagen er zeer imposant uit en dienden ontzag uit te stralen. Denk maar aan ’t Klein Kasteeltje, de Nieuwe Wandeling… Deze methode bracht evenwel niet het gewenste resultaat. Na WO II groeide het besef dat het belangrijk is zo veel mogelijk in gemeenschap te leven teneinde de terugkeer in de maatschappij mogelijk te maken.
De Nieuwe Wandeling werd gebouwd  in 1862 op 2 ha met een 8 meter hoge muur errond. 4 vleugels: 3 voor mannen, 1 voor vrouwen. Deze gevangenis werd volledig gerenoveerd en gemoderniseerd, evenwel met respect voor de stijl. Het is geen beschermd monument maar is wel opgenomen in de Inventaris van het Bouwkundig Erfgoed.
Binnenin is het een “open” gevangenis, geen camera’s, vanuit het centrale punt zijn alle gangen volledig te overzien en het personeel heeft onmiddellijk contact met de gedetineerden.
Toestand vandaag: België heeft 35 gevangenissen, stelt 8185 VTE (= voltijdsequivalenten) tewerk en er zitten 10.472 gevangenen. Dit is 118 op 100.000 inwoners. Jaarlijks zijn er 18.000 nieuwe gedetineerden. Daarnaast zijn er 1740 personen met een enkelband.
Van die 10.472 gedetineerden zijn er 36% in voorarrest, 57% veroordeelden en 7% geïnterneerden.
Er zijn 130 nationaliteiten. 56% van de gedetineerden zijn Belgen. Gemiddelde leeftijd is 34 jaar. Slechts 4,2% zijn vrouwen. Tot zover wat cijfermateriaal.
Gelukkig heeft men nu ook reeds forensisch psychiatrische centra waar geïnterneerden terechtkunnen en daar een betere omkadering en begeleiding krijgen, vb. het FPC in Wondelgem aan de Wiedauwkaai.
De wet van 12.01.2005 bepaalt dat gedetineerden van hun vrijheid worden beroofd maar dat er aandacht moet zijn voor herstel, rehabilitatie en uiteindelijk re-integratie.
Derhalve beschikt elke gevangenis over penitentiaire assistenten (de bewaarders/bewakers), een medische staf, psychologische dienst, aalmoezenier en moraalconsulenten. Er zijn 3 maaltijden per dag, er wordt gewaakt over hygiëne, er zijn dagelijks 2 wandelstonden en er is ook een fitnessruimte. Welzijnswerk is beschikbaar: VDAB, onderwijs, cultuur, sport, bibliotheek en men kan arbeid verrichten (hiervoor wordt een kleine vergoeding betaald) of een job aanleren. Alle kledij en meubelen worden in de ateliers van de gevangenissen gemaakt. Alle huishoudelijke taken worden door de gevangenen uitgevoerd, (er is vb. geen externe schoonmaakploeg). Contact met de buitenwereld is mogelijk: dagelijks mag een gedetineerde 16 minuten telefoneren, er zijn dagelijks bezoekmogelijkheden. Een tv kan gehuurd worden (€ 19 per maand), ook een computer, maar internet is er evenwel niet. Er is tevens de mogelijkheid voor een privébezoek met de vaste partner 1x per week gedurende 2 uur. Dit alles is volledig gratis voor de gedetineerden en heeft allemaal een kostenplaatje van € 560.000.000/jaar, d.w.z. € 146,5/gedetineerde/dag (ter vergelijking: in Nederland is dat € 250/dag). Een enkelbanddrager kost slechts € 40/dag.
Het grootste deel van de gedetineerden komt terug vrij, dus kan dat maar best in optimale omstandigheden gebeuren. Voor veroordelingen tot 3 jaar kan men vrijkomen na 1/3 van de straf te hebben uitgezeten. Voor langere veroordelingen ten vroegste na 1/3 en na beslissing van de Strafuitvoeringsrechtbank, maar dit gebeurt heel zelden. Recidivisten kunnen ten vroegste na 2/3 van de tijd te hebben uitgezeten terug vrijkomen. Voor wie een veroordeling van langer dan 30 jaar of levenslang heeft gekregen kan men ten vroegste vrijkomen na 15 jaar.
Voor België relatief nieuw, in Nederland reeds ruim ingeburgerd zijn: “transitiehuizen” (o.a. in Mechelen, Genk en Ieper) waar gedetineerden het laatste deel van hun straf doorbrengen in functie van een vlotte overgang naar de vrijheid. Daar zijn dan geen bewakers meer maar coaches en begeleiders zodat de gedetineerde minder zwak en kwetsbaar de terugstap naar de gewone maatschappij kan zetten. Het is natuurlijk zeer belangrijk de wijk waar zo’n transitiehuis komt goed te informeren en in de realisatie te betrekken.
Bedenkingen van Dhr. Stas.
We zitten in België met chronische handicaps, zoals verouderde gebouwen waar het moeilijk is om de moderne aanpak te realiseren. De overbevolking van de gevangenissen heeft ook een nefaste invloed en maakt een goed onderhoud ook niet gemakkelijk. De administratie heeft ook geen enkele invloed op in- of uitstroom, er geldt een opnameplicht. Er worden tegenwoordig ook zwaardere (lees langere) straffen uitgesproken en de doorstroom is trager omdat gedetineerden langer blijven. Vaak kiezen ze zelf om de volledige straf uit te zitten dan wel vervroegd vrij te komen en daardoor aan allerlei voorwaarden en controles ontkomen. In de periode 2003-2005 kwamen 40.000 gedetineerden voorwaardelijk vrij, 41% daarvan is terug in de gevangenis terecht gekomen door hervallen of het schenden van de voorwaarden. Vaak ligt de oorzaak er ook in dat ze vrij weinig kansen krijgen eens het ticket ‘gevangene’ is aangebracht, waardoor de kans op herval groter wordt. De enkelband is wat dat betreft minder stigmatiserend en wordt vaak gebruikt voor veroordelingen van minder dan 3 jaar. 85% van de veroordeelden verkiest deze vorm als ze er voor in aanmerking komen.
Het was intussen al 16.20 uur, restte enkel nog de vragenronde. Er werden nog enkele vragen gesteld waarop Dhr. Stas uitgebreid antwoordde, maar dat alles ook nog vermelden zou het verslag wel veel te lang maken.
De tijd is voorbij gevlogen. De voordracht werd ondersteund door fotomateriaal wat luisteren en kijken aangenaam en ook zeer duidelijk maakte. Omstreeks 17.15 uur hebben we Dhr. Stas bedankt voor zijn interessante voordracht en kon iedereen op eigen tempo en ‘vrije voeten’ naar huis terug.

Verslag: Marie-Paule Vermeulen


 

 

 

©copyright 2008 daniel.verbeke | feedback