VERSLAG LEDENVERGADERING

Verslag ledenbijeenkomst van dinsdag 12 november 2019.

“Koning Boudewijn, de man die geen koning wilde zijn”

Door de heer Mark De Bie   

Voor de zevende maal ontvingen we de heer De Bie, de specialist in het Belgische koningshuis.
Deze keer had hij het over koning Boudewijn, de man die geen koning wilde zijn.
Boudewijn wordt geboren op 7 september 1930 als zoon van kroonprins Leopold en de Zweedse prinses Astrid. Hij krijgt de titel ‘graaf van Henegouwen’, titel die wordt toegekend aan de tweede troonopvolger. Leopold is de eerste troonopvolger en draagt de titel ‘hertog van Brabant’. Boudewijn is het tweede kind van het echtpaar, hij heeft reeds een iets oudere zus Joséphine-Charlotte.
Als kleuter vertoeft hij vaak in Zweden, de Ardennen en in Knokke. Het gezin woont op residentie Belvedère. Boudewijn heeft een goede band met zijn grootvader koning Albert, maar deze sterft als Boudewijn 3 jaar is. Leopold wordt derhalve koning en het gezin verhuist naar de koninklijk residentie, het Kasteel van Laken. Boudewijn wordt hertog van Brabant. Reeds kort nadien, op 5-jarige leeftijd, verliest Boudewijn zijn moeder koningin Astrid waarmee hij een goede band heeft. Twee verliezen verwerken op zeer jonge leeftijd zijn de oorzaak dat Boudewijn aan verlatingsangst lijdt. Er worden helpers aangeduid om Boudewijn te begeleiden.
Burggraaf Gatien du Parc die hem vooral discipline op z’n Brits bijbrengt en gouvernante Margaretha de Jong, een jonge Hollandse studente, die hem Nederlands onderricht en zijn neerslachtigheid leert ombuigen in vroomheid. Zij speelt moedertje over Boudewijn. Hij krijgt les in het Kasteel van Laken samen met drie medeleerlingen (kinderen uit hogere kringen). Hij heeft vooral interesse voor wetenschappen en mechanica, is middelmatig intelligent en heeft heel weinig interesse in cultuur.
Op tienjarige leeftijd breekt de oorlog uit en moet hij het land verlaten, burggraaf du Parc, zijn zus en neefjes begeleiden hem, Margaretha de Jong niet. Ze trekken naar Frankrijk en verblijven in Russy (Normandië) en vervolgens in het Kasteel van Montal in Saint-Jean-Lespinasse (Lot). Na de capitulatie in mei 1940 moeten ze Frankrijk verlaten en komt het gezelschap in het Spaanse San Sebastian terecht. De gouverneur aldaar krijgt de opdracht van dictator Franco hun verblijf er zo aangenaam mogelijk te maken en dat op vraag van koning Leopold III aan Franco met wie hij bevriend is.
In augustus 1940 kunnen ze naar België terugkeren en verblijven enkele maanden in Ciergnon waar er terug les kan worden gegeven en ook een scoutsgroep wordt nagebootst met enkele Vlaamse en Waalse kinderen uit hogere kringen. Boudewijn krijgt daar de totem ‘Trouwe Eland’. Hij gaat op in een virtuele wereld en krijgt een vertekend beeld van goeden en slechten.

In 1942 huwt koning Leopold III met Lilian Baels en wonen ze opnieuw in Laken. Lilian is een goede stiefmoeder en er is een goede sfeer in het gezin. Dat duurt evenwel niet lang aangezien koning Leopold III in 1944 wordt weggevoerd naar nazi-Duitsland. Ze verblijven in Hirschstein aan de Elbe, weliswaar een mooi verblijf maar wel volledig omgeven met prikkeldraad, dus toch wel een vorm van gevangenschap. Voor het eerst en dit op veertienjarige leeftijd is Boudewijn constant met vader en stiefmoeder samen. Hij houdt van zijn stiefmoeder en heeft er een innige band mee. In maart 1945 moeten ze verhuizen naar Strobl in Tirol, dit doet Boudewijn denken aan het lot van de familie Romanov… In mei 1945 worden ze evenwel bevrijd maar de ‘koningskwestie’ breekt uit. Prins Karel wordt als regent aangesteld en de koning mag niet naar België terugkeren. Ze vestigen zich in het Zwiterse Prégny. Boudewijn is intussen zestien jaar oud, 1,80 m groot, mager, draagt een bril, is altijd ernstig en uit zijn dagboek blijkt zijn vroomheid. Hij volgt school op een elitecollege in Rolle nabij Genève en beëindigt daar zijn humaniora.
Vervolgens krijgt hij nog wat privélessen.
In 1950 wordt een volksraadpleging gehouden. 57 % van de bevolking stemde voor de terugkeer van de koning, vooral dankzij een meerderheid in Vlaanderen. Waalse arbeiders wilden zich niet onder zijn bewind neerleggen. Er breken rellen uit en  koning Leopold III moet onder druk troonsafstand doen.
Boudewijn wordt koninklijke prins tot aan zijn meerderjarigheid, hij wordt in feite gedwongen zijn vader op te volgen. Op 16 juli 1951 draagt Leopold III zijn grondwettelijke macht over aan Boudewijn en de dag erna legt Boudewijn de eed af als Koning der Belgen.
Hij is ‘koning’ maar tevens ‘zoon’ want Leopold III zet Boudewijn naar zijn hand. Boudewijn moet nog heel veel leren, hij is koppig en nogal eigenzinnig en krijgt de bijnaam “Roi triste” Hij volgt een eigen spoor ‘het verlicht paternalisme’. Hij reist vaak, waaronder naar Congo in 1955 waar hij zeer hartelijk wordt ontvangen. Congo is volgens koning Boudewijn een ‘erfenis van nonkel Leopold’. Na Expo 58, waarbij Congolese studenten België bezoeken, breken er rellen uit in Congo en verklaart Boudewijn dat Congo onafhankelijkheid moet krijgen, wat nadien een grote blunder bleek. In 1959 reist hij opnieuw naar Congo, hopend de gemoederen te kunnen bedaren maar dit mislukt, waardoor op 30 juni 1960 Congo onafhankelijk wordt. De Belgische regering is op dat moment onbekwaam, laf en heeft dit te snel ‘afgehandeld’. Tijdens het bezoek spreekt de  Congelese 1ste minister Lumumba over de misbruiken die er zijn geweest. Koning Boudewijn stapt misnoegd op en de gevolgen zijn gekend: massale uittocht van de Belgen uit Congo.
Boudewijn zou letterlijk hebben gezegd: Lumumba moet helemaal uitgeschakeld worden. Hij geeft de regering de schuld, waardoor hij in feite aan politiek doet, waartoe hij als koning niet bevoegd is.
Eerste minister Gaston Eyskens denkt dat Leopold III daar voor veel tussenzit en oordeelt dat Boudewijn afstand moet nemen van zijn vader en dringend zou moeten huwen. Boudewijn weigert hofbals te organiseren en de mogelijke partijen die hem worden voorgesteld wekken geen interesse. In 1960 gaat Boudewijn incognito naar Lourdes om de hulp van O.-L.-Vrouw te vragen. Alles wijst in de richting dat Boudewijn bijna fundamentalistisch katholiek is. Hij roept de steun van kardinaal Suenens in en zo komt het tot een ontmoeting met de Spaanse gravin Doña Fabiola de Mora y Aragón. Van opleiding verpleegster, schrijft sprookjes, is sociaal geëngageerd, zeer religieus maar geen kwezel, zeer streng, cultureel hoogstaand, intellectueel warrig en een flapuit. In de zomer van 1960 vindt een eerste ontmoeting plaats en al heel snel volgt een huwelijk. Het echtpaar komt in Laken wonen en Leopold III en Lilian moeten, onder dwang van Eyskens, naar Argenteuil verhuizen. Kardinaal Suenens wordt de raadgever van koning Boudewijn.
Leopold en Lilian hebben er weet van dat Fabiola geen kinderen kan krijgen, ze lichten hun zoon daarvan in maar Fabiola ontkent, mede hierdoor breekt koning Boudewijn volledig met zijn vader. Fabiola verbiedt hem nog contact te hebben met zijn stiefmoeder.
Boudewijn heeft nog steeds geen interesse in cultuur en wil al zeker naar niets gaan kijken waar naakten zouden getekend of geschilderd zijn. Boudewijn en Fabiola houden van elkaar. Beiden zijn ze zeer vroom, ze zijn lid van een uit de Verenigde Staten overgewaaide charismatische beweging. Om het uur krijgen ze een signaal dat het tijd is om te bidden, Nú zou een of andere gsm-app wel een signaal geven…
Fabiola zou toch viermaal zwanger zijn geweest, maar tevergeefs. “Ze schikten zich in dit lot met vrome gelatenheid”… Pure propaganda. Blijkbaar mochten er in Laken geen kinderen in de buurt van Fabiola komen…
Koning Boudewijn wordt een ervaren koning: hij leert zichzelf opzij te zetten, zijn koppigheid onderdrukken, oefent maximaal invloed uit, geeft raad en/of aanmoedigingen (gezien de beperking van zijn macht als koning) en toont zijn kunnen tijdens de zware stakingen van 1960 en het daaropvolgende ontstaan van de Eenheidswet.
Toch zijn er enkele moeilijke gebeurtenissen waarvan uit de geschiedenis zal blijken of dit wel allemaal de beste acties waren. Niet dat de Koning die allemaal heeft beslist, maar hij heeft toch steeds maximaal proberen invloed uit te oefenen om via alle mogelijke wegen het land als geheel overeind te houden en dit soms met zware financiële consequenties. Zoals de wafelijzerpolitiek met de compensaties waardoor het deficit van de Staat is ontstaan. Boudewijn is volledig tegen particratie. België wordt geregeerd met een ‘overlegmodel’ waarbij er overleg wordt gehouden tussen de belangengroepen.
Dan is er ook nog de abortusaffaire. Koning Boudewijn weigert deze wet te tekenen op basis van persoonlijke gewetensproblemen. Dit wordt ‘op z’n Belgisch’ opgelost door hem tijdelijk in de onmogelijkheid te stellen te regeren. Dit voorval maakt koning Boudewijn wel bijzonder populair, hij lijkt wel ‘het geweten van de natie’.
Mobutu kondigt bij problemen tussen België en Congo aan dat hij enkel onderhandelt met ‘Cousin’ Boudewijn. Maar als hij op een tentoonstelling de gruwel van tijdens de kolonisatieperiode toont en de escapades van prins Albert openbaart, en over diens onechte dochter spreekt… is de liefde vanwege koning Boudewijn uit.
Koning Boudewijn oordeelt dat prins Albert geen koning mag worden en doet er alles aan om prins Filip op te leiden. Hij is ook medeoorzaak dat de grondwet wordt aangepast en nu ook vrouwen de troon zullen kunnen bestijgen, dit om dezelfde reden: vermijden dat Albert koning zou worden.
Ondanks een ascetische levensstijl heeft koning Boudewijn toch een zwakke gezondheid. Zo krijgt hij in 1991 prostaatkanker en worden er in 1992 nieuwe hartkleppen gestoken.
Hij overlijdt op 31 juli 1993 aan een hartstilstand op het terras van Villa Astrida in Motril, hun Spaans vakantieverblijf, op slechts 63-jarige leeftijd.
Men kan stellen: koning Boudewijn werd koning tegen wil en dank maar werd uiteindelijk ‘Koning van België’ met volle overgave. Zijn biotoop was België; hij kende de leefwereld van Wallonië, die van Vlaanderen niet.
Hij werd steeds wereldvreemder. Zijn Congopolitiek is zeer omstreden. De zaak Lumumba blijft een onopgehelderd kluwen dat vraagtekens oproept. Maar hij was en bleef (blijft) populair bij een groot deel van de bevolking.
Hiermee wordt de reeks voordrachten over het Belgisch vorstenhuis afgesloten.

Wij danken de heer De Bie voor alweer een mooi overzicht van het leven van de koning die we allemaal wel hebben gekend.

Verslag: Marie-Paule Vermeulen


 

 

 

©copyright 2008 daniel.verbeke | feedback